Elke werkdag om 23:00 uur op NPO 1

Staat niet aansprakelijk voor dood treinkapers De Punt

Staat niet aansprakelijk voor dood treinkapers De Punt

De Nederlandse staat moet de nabestaanden van twee Molukse treinkapers geen schadevergoeding betalen. De rechtbank in Den Haag houdt de staat niet aansprakelijk voor hun dood bij de gewelddadige beëindiging van de kaping bij De Punt in 1977. Woensdagochtend deed de rechtbank, na een proces van twee jaar, uitspraak in deze zaak. 


De treinkaping bij De Punt was een kaping in 1977 die negentien dagen duurde. De intercity van Assen-Groningen werd door negen gewapende Zuid-Molukkers gekaapt ter hoogte van het dorp De Punt in de provincie Drenthe. De kaping werd beëindigd met een beschieting door de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) Krijgsmacht, gevolgd door een bestorming door de BBE Mariniers, gesteund door de Koninklijke Luchtmacht. Deze actie kostte twee gegijzelden en zes kapers het leven. 


Uit in 2014 geopenbaard archiefonderzoek zou blijken dat de mariniers die in 1977 een einde maakten aan de Molukse treinkaping op juiste wijze gehandeld hebben. De advocaat van de nabestaanden, Liesbeth Zegveld, heeft altijd twijfels gehad bij de betrouwbaarheid van de getuigenissen. De mariniers legden tegenstrijdige verklaringen af en weigerden iets te zeggen over collega’s. De mariniers zijn van tevoren meerdere keren bij elkaar geweest om zich voor te bereiden, beluisterden geluidsbanden van de actie en hadden volgens Zegveld dus verklaringen op elkaar kunnen afstemmen. Ze deed aangifte wegens meineed.

Oud-mariniers die indirect betrokken waren bij de actie hebben gezegd dat de commandanten opdracht hebben gegeven dat er geen kaper krijgsgevangen mocht worden gemaakt en dat ze ‘allemaal dood hadden gemoeten’. Dat zou zelfs een regeringsopdracht zijn geweest. Deze informatie heeft de nabestaanden gesterkt om schadevergoedingen te eisen vanwege het zonder noodzaak en met buitensporig geweld neerschieten van de kapers Papilaja en Uktolseja á 20.000 en 17.500 euro - ondanks het ontbreken van hard bewijs.

De Nederlandse staat bestrijdt dat de regering de opdracht had gegeven alle treinkapers te doden. "De extreme omstandigheden in de trein en de dreiging van gevaar rechtvaardigden dat Papilaja en Uktolseja werden doodgeschoten", zei advocaat van de staat Bert-Jan Houtzagers tijdens de laatste zitting. Het toegepaste geweld was noodzakelijk en van een executie was geen sprake, bepleitte Houtzagers. 

Klik hier voor het laatste nieuws van Pauw

- Advertentie -

Recent in: MISDAAD & RECHT