Elke werkdag om 23:00 uur op NPO 1

‘Sociaal leenstelsel creëert een pechvogelgeneratie’

‘Sociaal leenstelsel creëert een pechvogelgeneratie’

Zaterdag demonstreerden studenten tegen het sociaal leenstelsel. De Landelijke Studentenvakbond noemt het een ‘schuldenstelsel’. “Tot aan je pensioen een studieschuld terugbetalen, is niet sociaal,” zegt voorzitter Carline van Breugel. Het Ministerie van Onderwijs zegt dat het wél een sociaal systeem is, omdat er gelijke onderwijskansen worden geboden.

Partijleider Gert-Jan Segers van de ChristenUnie laat weten dat hij het huidige leenstelsel voor studenten afgeschaft wil hebben. “De ChristenUnie heeft nooit wat in het leenstelsel gezien, wat ons betreft heeft het zijn langste tijd gehad,” vertelt hij aan de Volkskrant. Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap houdt vast aan de regeling. “In het regeerakkoord is ook het leenstelsel opgenomen, een akkoord waarmee ook de ChristenUnie heeft ingestemd,” laat haar woordvoerder weten.

Het Studievoorschot, de officiële benaming van het sociaal leenstelsel, is in 2015 ingevoerd en maakte een einde aan de basisbeurs die studenten voorheen kregen. Een belangrijke reden voor de afschaffing was dat er geld werd vrijgemaakt voor onderwijskwaliteit en dat toegang tot studeren voor iedereen toegankelijker werd. Dat bedrag kan oplopen tot een miljard euro. Drie jaar na de invoering lijkt het erop dat er haken en ogen aan het stelsel zitten.

Het Leenstelsel

Studenten die vanaf 2015 zijn gaan studeren, hebben geen recht meer op de basisbeurs van ongeveer 350 euro per maand. De aanvullende beurs is daarentegen wel blijven bestaan. Wanneer ouders van studenten samen meer dan €46.000 verdienen op jaarbasis, heeft de student geen recht op deze aanvullende beurs. Verdienen de ouders minder, dan komt de student in aanmerking voor de aanvullende beurs die maximaal €365,00 per maand bedraagt. Met de komst van het nieuwe stelsel, verdween het oude. Een aantal verschillen:

“Als er naar de totale groep wordt gekeken, gaan er niet minder mensen studeren,” zegt Carline van Breugel, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond. “Er is altijd een trend geweest dat het aantal studenten toeneemt. Er was een kleine dip na de invoering van het leenstelsel in 2015, maar sindsdien groeit het aantal weer,” aldus Van Breugel.

De Vereniging Hogescholen zei in februari van dit jaar dat het studiejaar 2017-2018 de meeste studenten ooit kent. ‘Nog nooit zijn er zoveel studenten geweest aan het begin van een collegejaar in het hbo,’ kopte de vereniging. Het ging om een groei van 5,5 procent ten opzichte van het collegejaar 2016-2017. Vooral de studies binnen de zorgsector zagen een enorme groei, mede door het grote banenaanbod in de zorg.

Toegankelijkheid van het hoger onderwijs

Bij het aantal studenten met een functiebeperking, mbo-doorstromers, studenten met een migratieachtergrond en kinderen van ouders die niet hebben gestudeerd, is wel een daling te zien. “Onderwijs is een hele belangrijke factor om iedereen een gelijke start te geven. Het is bepalend voor de rest van je leven,” zegt Van Breugel.

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is van mening dat het sociaal leenstelsel juist het onderwijs toegankelijk maakt voor iedereen. “Het leenstelsel maakt het mogelijk dat iedereen kan studeren, mede door de verhoogde aanvullende beurs. Met het geld dat we niet meer gebruiken voor de basisbeurs, kunnen we investeringen doen in de kwaliteit van het hoger onderwijs,” laat woordvoerder Martijn Kamans weten. 

“In het kort komt het er op neer dat betrokkenen (studenten, docenten en besturen) hierover op instellingsniveau afspraken maken. Zij kunnen dus zelf bepalen hoe zij vinden dat op hun instelling het geld besteed zou moeten worden. De daaruit voortkomende plannen zullen vervolgens worden getoetst door de NVAO (de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie). Als dat klaar is, komt het geld beschikbaar. Dat is voorzien vanaf 2019,” aldus het ministerie van Onderwijs. Het is nog maar de vraag of deze kwaliteitsinjectie ook echt gaat werken. En misschien is het nog te vroeg om te zeggen of de invoering van het leenstelsel een goede of slechte is. Dat wordt volgend jaar duidelijk.

Iedereen zou een gelijke kans moeten krijgen in het onderwijs. Daar zijn het Ministerie van Onderwijs en de Landelijke Studentenvakbond het over eens. “Maar de kwetsbare groepen durven helemaal geen lening aan te gaan,” zegt de vakbond. “Wat als ze geen diploma halen? Dan hebben ze wel nog 35 jaar een schuld aan de broek hangen. Misschien wel een betaalde baan, maar met een maandelijkse aflossing van ongeveer 90 euro.”

Dat wordt door het Ministerie anders gezien. “Onderzoek wijst uit dat onder het leenstelsel studenten het hoger onderwijs blijvend weten te vinden. Daarmee wordt bevestigd dat het hoger onderwijs toegankelijk is gebleven. Met dit stelsel investeren studenten in hun eigen toekomst en als zij onverhoopt niet genoeg verdienen na de studie, hoeven zij niet of minder terug te betalen. Dat is sociaal,” laten zij weten. Carline van Breugel vindt het sociale van het leenstelsel niet opgaan.

De studieschuld aflossen

“Het is niet sociaal om mensen tot aan hun pensioen op te zadelen met een studieschuld,” verklaart Van Breugel. “Onderwijs is inderdaad investeren in je toekomst. Je zit 4 á 5 jaar in de collegezaal te blokken voor een diploma, wat in onze kenniseconomie heel belangrijk is en zelfs een beetje wordt verwacht,” legt ze uit. Een diploma betekent dan ook niet dat er aan het einde van de maand een mooi geldbedrag op de bankrekening staat. “Om überhaupt een toekomst te hebben, moet je jezelf eerst in de schulden werken, om vervolgens de rest van je leven die schuld af te betalen.” Volgens de vakbond is er “niets sociaals aan dit leenstelsel. Het is een schuldenstelsel.”

Afgestudeerden hebben 35 jaar om hun studieschuld af te lossen. Die gaan twee jaar na het afstuderen in. Er is ook een mogelijkheid om jokerjaren in te zetten. Dat zijn in totaal vijf jaren waarin de aflossing kan worden gestopt. “Dan kan je dus in totaal 40 jaar bezig zijn met aflossen,” zegt de Studentenvakbond. “Dat is tot je pensioen.”

Hypotheek

De hoogte van een hypotheek gaat gepaard met de hoogte van schulden. Een studieschuld hoort daar ook bij, ook al wordt die niet opgenomen in het Bureau Krediet Registratie (BKR). Dit is om (nieuwe) studenten niet “af te schrikken om een studielening aan te gaan, wat ook gevolgen kan hebben voor de toegankelijkheid van studeren,” zegt het Ministerie van Onderwijs. “Door de lagere maandlasten tellen studieleningen minder zwaar mee bij hypotheekverstrekking. Maar dát ze worden meegeteld, is verstandig, ook om betalingsproblemen die gemoeid kunnen gaan met een studieschuld te voorkomen,” voegt woordvoerder Kamans toe.

“Met de huidige huizenmarkt en het leenstelsel zorgt de overheid voor een generatie die vastzit aan een hoge huur en zelf weinig tot niets op kan bouwen,” geeft de Studentenvakbond als tegengeluid. “Mede door de moeilijkheid waarmee een hypotheek af kan worden gesloten met een studieschuld. Het huren van een tweepersoons appartement kost rond de 1000 euro. Een huis kopen is maandelijks goedkoper, maar dat wordt nu lastig gemaakt. De overheid creëert een pechvogelgeneratie,” stelt Carline van Breugel.

Onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) wijst uit dat de gemiddelde maandelijkse huurprijs van een huurwoning in de vrije sector op 1031 euro ligt. Per vierkante meter betaalt de Amsterdammer 18,59 euro en de Arnhemmer 9,31 euro.

Prestatiedruk

De basisbeurs ziet de Studentenvakbond graag terug. Van de 350 euro die iedere student kreeg, werd vooral huisvesting betaald. “Naast die kamer heb je bijvoorbeeld ook nog een telefoonrekening en eten dat betaald moet worden. Dat wordt nu altijd betaald van een lening en studenten gaan daardoor makkelijker het maximale bedrag lenen,” zegt Van Breugel. De andere kant is er ook: er zijn studenten die opgevoed zijn met het idee dat lenen niet slim is, omdat je dan voor altijd een schuld hebt. Zij hebben meestal een aantal bijbanen naast het studeren. Die studenten kunnen zich volgens Van Breugel “regelrecht een burn-out in werken. Er staat tegenwoordig een enorme druk op jongeren”.

Het Ministerie van Onderwijs ziet ook de druk op jongeren, “maar dat gaat over meer dan alleen de studiefinanciering en zelfs breder dan het onderwijs. Daar kijken we nu naar. Het RIVM doet daar momenteel onderzoek naar,” aldus Martijn Kamans. Voorlopig komt er dus geen verandering in het leenstelsel.


Klik hier voor ander nieuws van Pauw 

- Advertentie -

Recent in: POLITIEK